Home » Geen categorie (Pagina 3)
Categorie archieven: Geen categorie
Interview met Cécile Huijnen
Artistic Research
Interview met Cécile Huijnen
Cécile Huijnen is concertmeester van Het Gelders Orkest. Momenteel volg ik lessen en auditietraining bij haar, en omdat deze zo goed bevallen, besloot ik haar te benaderen voor een interview over haar concertmeesterschap aan de hand van eerder opgestelde vragen. Onderstaand gesprek vond telefonisch plaats op zaterdag 2 mei 2015 en is nagenoeg onbewerkt.
Hoe bereid je jezelf voor op een concertmeestersolo? Op muzikaal vlak (thuis, tijdens het studeren), mentaal (het switchen tussen tuttispel en leiden enerzijds en het solospelen anderzijds) en tijdens concerten (ook hier op mentaal gebied)?
Het begint met heel veel luisteren naar opnames van anderen. Dat inspireert en dan kom je zelf ook op ideeën, je hoort vaak hoe je het niet wilt en je komt op ideeën hoe je het wel wilt doen. Dan ga je het studeren, je moet natuurlijk voelen en uit gaan vinden wat voor jou prettige vingerzettingen zijn en wat je mooi vindt. Het gaat ook vaak over herhaling: ik studeer iets, ik laat het liggen en ik begin opnieuw. Zo kom ik steeds op andere en meestal betere ideeën. Oftewel: eerst zet je het in de grondverf en laat je het even liggen, en daarna begin je opnieuw, waarbij zich altijd betere oplossingen aandienen. Terwijl je het laat liggen, werkt het in je hoofd door. Dat studeren en dan weer even niet studeren, laten liggen en dan opnieuw beginnen, dat levert heel veel op; vooral het even laten liggen vind ik altijd heel belangrijk. En dan begint eigenlijk ook vrijwel meteen het jezelf opnemen, zodat je weet wat je doet. Als je zelf speelt, heb je vaak te weinig afstand ten opzichte van jezelf, maar als je opneemt en terugluistert, heb je die afstand wel en dan hoor je wat je doet, wat je niet mooi vindt en wat je moet veranderen, dat is heel belangrijk. Dit is natuurlijk allemaal het praktische gedeelte.
Het mentale gedeelte bestaat uit het studeren van het tutti ervoor en daarna. Ik probeer altijd in de laatste regel voordat die solo komt, laag te gaan ademen en goed te gaan zitten. Het is heel belangrijk dat je goed zit, dat je contact maakt met de grond, letterlijk, en dat je goed en rustig uitademt de laatste twee maten voor die solo, dat helpt echt. Soms bedenk ik van tevoren een manier om de eerste noot van die solo goed te vinden, want soms is die ver weg van de laatste noot van het tutti en dan moet je voor jezelf dus een systeem hebben om die noot te vinden. Je kunt in de laatste maat van het tutti vast naar de positie gaan waarin die solo begint, dat helpt al omdat je dan al voorbereid bent. Die overgang moet je heel vaak studeren, van tutti naar solo. En ik trek me vaak ook een beetje terug in de laatste twee maten van het tutti, dan probeer ik in mijn eigen “luchtbel” te gaan zitten, concentratie te voelen voor wat er komen gaat.
Je zet echt een knop om als het ware?
Ik zet echt de knop om. Want het is echt anders, de solo spelen als concertmeester is echt anders dan het tutti leiden. En ik probeer sowieso altijd in dat tutti uit te komen in de positie waarin de solo begint, dan sta je klaar en dan hoef je daar in ieder geval niet meer aan te denken. Tijdens de laatste tuttimaten zit ik met mijn hoofd bij die solo, en let ik er vooral op dat mijn adem heel laag is. Ik heb het tijdens het hele studeerproces veel opgenomen, en dan kan ik thuis, tijdens het studeren, visualiseren, dat ik in het concert zit, dat er publiek zit en dat ik die solo moet gaan doen – net zoals we in onze lessen hebben gedaan. Dat gevoel kun je thuis, in je eentje, in je studiekamer, oproepen, dat is heel belangrijk. Je zult zien dat je zenuwachtig wordt en dat is precies wat je nodig hebt om het te kunnen studeren, want dan voel je ook wat er misgaat en waar je je rust nog moet zoeken. En neem niet alleen die solo op, maar ook de paar tuttimaten ervoor, dan voel je ook hoe je de klik kunt maken.
Stap je ook wel eens uit dat tutti, een of twee maten voor je solo?
Ja, soms een hele regel of soms twee hele regels. Dan kun je trainen dat je die rust voelt komen tijdens het laatste stukje van het tutti, zo breng je jezelf in een andere “mindset” om die solo te spelen. Je kunt dat heel mooi zien op een YouTube-opname van Heldenleben, gespeeld door het Koninklijk ConcertgebouwOrkest met Alexander Kerr, een van de oudere concertmeesters die weg is. Je ziet dat hij voor die solo wat meer richting het publiek gaat zitten, zichzelf in een soort rust brengt en zich een beetje afsluit van het orkest om alvast in zijn focus te komen voor die solo. Tijdens die solo doet hij echt zijn eigen ding. Ik vond dat opvallend om te zien, dat hij echt zijn eigen “luchtbel/ei” om zich heen creëert waarin hij zijn eigen ding doet en waarbij de rest zich dus op dat moment aan hem moet aanpassen. Het heeft mij veel opgeleverd om dat te zien.
Gisteren voerde ik o.a. The Planets (Holst) en het tweede deel uit Sheherazade (Rimsky-Korsakov) aan. Toen heb ik inderdaad ontzettend bewust omgeschakeld, ik heb me niet meer beziggehouden met de groep, maar ik heb mezelf als solist beschouwd en opgesteld en ik heb mijn vrijheid en tijd genomen.
De eerste noot van zo’n solo is altijd heel belangrijk, dat daar rust in zit en dat je adem dan laag is. Je moet letterlijk uitademen in die eerste noot.
Dat heb ik nu van jou geleerd en dat werkt heel goed.
Mooi!
Mijn vervolgvraag is misschien een beetje vreemd… Is die voorbereiding anders bij verschillende stukken/situaties/omstandigheden/stijlen/periodes?
Nee, die is precies hetzelfde. De speelstijl verschilt natuurlijk als je Mozart of Haydn of Heldenleben moet doen, maar de manier waarop je studeert is precies hetzelfde, die is zoals ik net heb verteld.
Wat doe je om een goede cohesie in de groep te creëren, zowel qua klank als vanuit sociaal perspectief? Hoe maak je contact met de groep, hoe zorg je ervoor dat iedereen zich onderdeel voelt van die groep? Creëer je een gevoel van veiligheid, en zo ja, hoe? Is dit belangrijk?
Belangrijk is dat je je altijd realiseert op welke momenten zij duidelijkheid nodig hebben, met inzetten of vertragingen. Meestal ga ik dan iets rechterop zitten, ik draai mij iets naar de groep toe, iets naar links – dus eigenlijk van het publiek af – ik ga iets naar de binnenkant zitten en ik zorg altijd dat mijn stok dan heel duidelijk te zien is voor iedereen. Als je naar het publiek gekeerd blijft zitten en niet rechtop genoeg, dan zien zij niet wat jij doet… Dus als er een moeilijke plek aankomt of ik weet dat een dirigent niet duidelijk is, dan ga ik een maat van tevoren echt rechtop zitten en keer ik me naar de groep toe, zodat ze ‘o ja!’ denken.
Ik vraag heel vaak of iets duidelijk is of niet, en dan weet ik wanneer ik daar iets aan moet doen. Als iets ongelijk is, zeg ik niet dat het ongelijk is, maar vraag ik of iedereen me kan zien. Daarmee maak ik ook duidelijk dat ze naar mij moeten kijken of op mijn streekindeling moeten letten zonder meteen negatief te zijn.
Streekindeling vind ik heel belangrijk. Ik kijk ook wel eens achterom, niet om te controleren maar om te zien of iedereen doorheeft dat ik aan de punt zit, of dat het in het midden moet, of dat die noot kort is. Soms heeft niet iedereen dat in de gaten, iedereen heeft het heel druk met zijn eigen dingetjes, dus als ik merk dat het een beetje rommelig of chaotisch wordt, dan vraag ik of ze me kunnen zien. Misschien moet die achterste lessenaar wel op een practicabel zitten bijvoorbeeld…
Je moet ze er heel erg bewust van maken dat ze achteraan gelijk moeten zijn met jou vooraan, wat hartstikke moeilijk is. Ik vraag de mensen achteraan ook altijd te dúrven spelen, ik heb liever dat iemand teveel doet en te vroeg komt, dan dat iemand heel voorzichtig speelt, want dat werkt niet. Het geluid moet van achteren komen en ik vind het heel belangrijk dat iedereen initiatief neemt – wat voor de tutti’s achteraan heel moeilijk is, want niemand wil in zijn eentje spelen. En toch vraag ik ze vooral in de repetities om dat eens te proberen, om echt samen te ademen, dus niet te volgen, maar echt dezelfde adem en rust te hebben.
Denk je dat daar een verschil in zit tussen amateur- en beroepsorkesten?
Ja, dat denk ik wel. In amateurorkesten hebben mensen de muziek veel meer nodig en zijn ze nog aan het worstelen met de viool zelf en die posities, en in een beroepsorkest hebben mensen natuurlijk veel meer routine, dat zijn twee grote verschillen. Ik zou dezelfde dingen doen in een amateurorkest, maar je kunt minder verwachtingen hebben. In een beroepsorkest verwacht ik ook echt dat iedereen iedere noot kent op de eerste repetitie. En als we een groepsrepetitie hebben en mensen de noten niet kunnen spelen, dan zeg ik eerlijk dat ik dat jammer vind, omdat ik de tijd van een groepsrepetitie daar niet aan wil besteden. Een groepsrepetitie bij een beroepsorkest is niet om de noten te leren kennen, maar om echt samen fraseringen te leren en verschillende manieren van vibrato – ik wil soms dat een noot niet gevibreerd wordt, soms juist extra – ik laat zien wat je met stoksnelheid kunt doen. In een amateurorkest is dat wel anders, daar moet je soms groepsrepetities wel besteden aan het oefenen van een goede vingerzetting.
Hoe zacht of hard je kunt spelen met een groep, wat een mooie klank is met zijn allen…
Bijvoorbeeld! Dat geldt ook voor beroepsorkesten, want iedereen wil altijd zichzelf horen, maar soms moet het zo zacht zijn dat je jezelf niet eens kunt horen. Maar dan is het collectieve effect prachtig, terwijl je jezelf alleen maar hoort ruisen! Daarom spelen orkesten vaak nogal hard, iedereen wil altijd zichzelf horen, maar dat hoeft helemaal niet.
Als er piano staat, geldt dat natuurlijk voor de hele groep en niet per individu.
Precies.
En het sociale perspectief, ben je daarin ook een leidend figuur of niet?
Dat is natuurlijk erg belangrijk, want mensen willen jou alleen volgen en met je meedoen als ze snappen waarom je iets doet. Dus ik leg vaak dingen uit, bijvoorbeeld waarom een streek werkt met het collectief of met wat een dirigent wil.
Ik ben moeder van mijn zoon, maar niet van mijn collega’s. Ik snap het heel goed dat mensen er wel eens doorheen zitten, ik probeer mensen een hart onder de riem te steken als ik zie dat het niet goed gaat, dan vraag ik ook wel of het gaat en zeg ik dat ze even wat rustiger aandoen tijdens de repetities en de energie proberen te bewaren voor het concert. Als iemand niet goed functioneert, wat in iedere groep wel eens gebeurt, dan maak ik een praatje: ‘het viel me op dat het niet zo lekker gaat, wat denk je zelf dat daar de oorzaak van is?’ Als je mensen zelf laat praten, komt er vaak een heleboel uit. Soms hebben mensen het echt niet door en dan moet ik bijvoorbeeld iets zeggen als ‘het valt me op dat je regelmatig mijn stokindeling niet volgt, en dat vind ik eigenlijk wel jammer, want daar doe je niet alleen mij een plezier mee, maar vooral de collega’s om je heen.’
Zijn er mensen die echt hun eigen streek nemen…?
Nee, dat niet, maar ze strijken dan te snel, of aan de verkeerde kant van de stok, of te hard, en als ze zich daar niet van bewust zijn, probeer ik toch een klein prikje te geven en vraag ik ‘ik zie dat het onrustig is rondom jou, of dat jij misschien niet zo lekker in je vel zit, ben je je daarvan bewust?’ of ‘je bent wat aan het haasten, of je speelt iets te hard, misschien kun je iets zachter spelen zodat het wat beter mengt met de mensen om je heen…’ Dat probeer ik altijd eerst te vragen, want als mensen zich er niet van bewust zijn is het soms een grote schok als je hen ergens op aanspreekt. En ik probeer dat ook niet te zwaar te maken, dus geen lange, moeizame gesprekken na een repetitie, maar vooral in het voorbijgaan, in de pauze of op de gang. En als ik zelf niet goed in mijn vel zit, dan houd ik mijn mond, dat is beter: want je moet zelf heel rustig zijn en in een soort positieve flow verkeren als je iemand aanspreekt op iets, dat komt altijd beter over.
Bij een bepaalde concertmeester kreeg ik de indruk dat ze de groep uit elkaar trok, want ze liet iedereen een moeilijke passage alleen spelen…
Dat moet je nooit doen…
Haar redenering was: de helft kan het niet, dus spelen we om de beurt, zodat degenen die het niet kunnen even flink voor schut staan, zich rot voelen en flink gaan studeren…
Dat werkt niet, want dan worden mensen bang, verliezen ze hun zelfvertrouwen en kunnen ze het helemaal niet meer. Wel laat ik heel af en toe in een groepsrepetitie alleen de spelers aan de buitenkant spelen en daarna degenen aan de binnenkant, dan deel ik het in tweeën, hetgeen ook al genoeg zenuwen oplevert voor deze of gene. Ik vind dat genoeg. Als ik dan zie dat het niet werkt, ga ik na een repetitie wel even naar iemand toe en zeg ik iets als ‘ik zie dat je niet helemaal meekomt, kun je alsjeblieft nog een uurtje vinden, vandaag of morgen, om dat nog even te bekijken?’, waarmee ik zeg: ‘als je studeert, kun je het wel’. Dat is eigenlijk altijd wat ik zeg.
Ik had al de indruk dat haar manier niet helemaal werkte, ze wilde mensen angst aanjagen, maar ik zou het liever vanuit positiviteit aanpakken…
Nee, mensen bang maken heeft helemaal geen zin, want ze kunnen het daarna helemaal niet meer – bovendien zijn ze dan je vriend(in) niet meer en daar heb je ook niets aan. Je moet medewerking krijgen, je moet hen zelfvertrouwen geven en pas als iemand echt nooit studeert, nooit oplet of negatief aanwezig is, dan ga ik wel een gesprek aan in de trant van ‘het gaat niet goed, je verspreidt negatieve energie en er zijn mensen die er last van hebben’. Dat zeg ik nu wel, maar dat komt niet vaak voor…
En ik geef heel vaak complimentjes! Dat is belangrijk om die sociale cohesie te krijgen. Ik kijk wel eens om als de eerste violen een solo hebben gehad en zeg ‘wauw’, of ik knik, steek een duim op. Na een concert ga ik heel vaak naar mijn groep toe om de mensen te bedanken, dat scheelt veel en levert heel veel op.
Positief dus.
Ja, jazeker!
Wat zou volgens jou een goede vervolgstap zijn? Naar wie moet ik toe, wat kan ik bekijken/lezen, heb je suggesties voor opnames die ik kan gebruiken (opnames van jezelf misschien)? Ik heb een boek over Amerikaanse concertmeesters, een boek over het emotionele deel van leiding geven, ik heb lessen van jou gehad, je noemde net al wat dingen…
Ik heb heel veel geleerd door gewoon concertmeesters te bekijken op YouTube. Ik kijk veel naar concertmeesters van het Luzern Festival Orkest (dat is een verzameling van Europese topmusici, vooral uit het Mahler Chamber Orchestra en van de Berliner Philharmoniker), of naar de concertmeesters van de Berliner Philharmoniker, door veel naar mensen te kijken die ik bewonder dus. Ik heb veel naar concertmeesters gekeken van het Koninklijk Concertgebouw Orkest, en op een gegeven moment zie je goede en minder goede dingen en verwonder je je ook over dingen, maar daar trek je dan je eigen conclusies uit. Er zijn in Nederland een paar concertmeesters die ik bewonder en ook een paar die ik minder vind, maar dat is persoonlijke smaak. Ik weet niet zo goed wat jóúw vervolgstap zou moeten zijn, jij moet voor jezelf uitmaken wat je nodig hebt, waarin je nog wil groeien. Ik vind allebei de concertmeesters van het KCO heel goed, Joris van Rijn van de Radio, dat zijn mensen waar ik bewondering voor heb. Marieke Blankestijn is een hele goede concertmeester en violiste. Het moet ook violistisch goed zijn, en rustig, smaakvol. Ik vind smaak heel belangrijk en ik houd er niet van als iemand Mozart hetzelfde speelt als Brahms. Maar dat is ieders persoonlijke wens en smaak. Ik zou ook naar concerten gaan om te kijken hoe anderen het doen en om daar geïnspireerd door te raken of er je conclusies uit te trekken.
Hetgeen je doet, mag heel solistisch zijn, maar het moet wel een relatie hebben met het stuk en met wat de rest speelt. Je kunt bijvoorbeeld tijdens een vioolsolo uit Symfonie 1 van Brahms niet heel vrij je gang gaan omdat er ook nog een hoornsolo onder zit en omdat het tempo en de puls moeten doorlopen. Je moet dus een soort vrijheid creëren binnen de maatstrepen, en dat is ook een kunst als concertmeester. Je straalt er bovenuit, en die Brahms is echt een grote, beroemde vioolsolo, maar toch moet deze binnen de lijntjes, dat is de uitdaging.
Heeft een solist dan misschien meer vrijheid op een bepaalde manier?
Ook niet altijd, want er zit vaak een volledig orkest onder. Je kunt je niet volledig buiten het ritme begeven als een orkest een hele drukke partij heeft en veel moet doen, dan zul jij je daar toch, zelfs als solist, aan moeten aanpassen. Het is een gulden middenweg, het ligt er helemaal aan hoe de partituur eruit ziet. Die haal ik er ook altijd bij trouwens, ook bij een vioolsolo, je móét weten wat de rest doet en wat eronder zit. Soms moet jij inzetten na een opmaat van een blazer, maar als je daar niet naar luistert en te laat komt, dan werkt die muzikale lijn niet.
Veel dingen die je zegt, doe ik gelukkig, alleen het naar de groep draaien vergeet ik soms (ik heb een vrij kleine groep, maar toch…)
Ze kijken tegen jouw rug aan, maar hebben soms duidelijkheid nodig. Body language is ontzettend belangrijk op een concertmeestersplek, even je hoofd opzij, even een hele duidelijke opmaat geven met je stok.
In de lessen heb je me geleerd om op een andere manier te ademen. Mijn concertmeestersrepetities erna waren best verwarrend omdat ik niet wist of ik duidelijk was in mijn manier van aangeven.
Als jij voor jezelf heel duidelijk ademt, komt dat vanzelf over bij de rest. Soms heb je een groot gebaar nodig, letterlijk, met aangeven, en soms helemaal niet, want dan is iets zo logisch… Je hoeft niet alles aan te geven, maar ik kan niet zeggen wanneer je dat wel of niet moet doen, dat leer je door het gewoon heel veel te doen. Letterlijk, al doende leert men, je moet heel veel spelen, heel veel proberen – en fouten maken hoort er ook bij.
Cécile, heel hartelijk dank voor je tijd en dit interview!
To do/tips nav interviews Cécile
YouTube KCO/Kerr Heldenleben
Interviews Cécile Huijnen op blog (Engelse samenvatting?)
Luzern Festival Orkest
Mahler Chamber
Berliner
KCO
Joris van Rijn Radio
Marieke Blankestijn
Naar concerten
Optionele nieuwe vragen
Wie bewonder je?
Blijken thuis bedachte streken in de praktijk wel eens niet te werken?
Hoe bereid je groepsreps ve beroepsorkest voor?
Abrupt draaien: wordt publiek dan niet te wakker?
Voorproefje Valerius 10-jarig jubileum: generale
https://vimeo.com/126555979
Questions for the experts: organised
Questions for Cécile Huijnen regarding the reference recording
1) Zou u me feedback willen geven over mijn lichaamstaal in tuttipassages? Could you give me feedback on my body language in tutti passages?
2) Zou u me feedback willen geven over mijn spel in tuttipassages (als het mogelijk is daar iets over te zeggen)? Could you give me some feedback on my playing in tutti passages (if it’s possible to say something)?
3) Wat had ik beter kunnen doen? Hoe? What could I’ve done better? How?
4) Wat ging er goed? What did go well?
5) Zou u me feedback willen geven over de concertmeestersolo van deze opname? Could you give me feedback on the concertmastersoli in this recording?
6) Wat vindt u van de gebruikte streken? Helpen ze de groep of juist niet? Zo nee, welke had ik anders kunnen doen en hoe? What do you think of the bowings I made, are they helping the group? If not, which ones should I’ve done differently and how?
Interview questions for Cécile Huijnen
1) Hoe bereidt u zichzelf voor op een concertmeestersolo? Op muzikaal vlak (thuis, tijdens het studeren), mentaal (het switchen tussen tuttispel en leiden enerzijds en het solospelen anderzijds) en tijdens concerten (ook hier op mentaal gebied)? How do you prepare yourself for a solo? In a musical sense (at home, during practise), mentally (the switching between tutti playing/leading vs playing a solo) and during performing (this involves the mental part as well)?
2) Vervolg op vraag 8: is die voorbereiding anders bij verschillende stukken/situaties/omstandigheden/stijlen/periodes? Does this preparation differ in different pieces/situations/circumstances/styles/periods?
3) Wat doet u om een goede cohesie in de groep te creëren, zowel qua klank als vanuit sociaal perspectief gezien? Hoe maakt u contact met de groep, hoe zorgt u ervoor dat iedereen zich onderdeel voelt van die groep? Creëert u een gevoel van veiligheid, en zo ja, hoe? Is dit belangrijk? What do you do to create a good group cohesion, in terms of sound and from a social perspective? How do you connect with the section, how do you make people feel part of the group? How do you create a feeling of safety? Is this important?
4) Wat zou volgens u een goede vervolgstap zijn? Naar wie moet ik toe, wat kan ik bekijken/lezen, heeft u suggesties voor opnames die ik kan gebruiken? Opnames van uzelf misschien? What do you suggest I could do as a next step? Who could I visit, what could I read/watch, which place could I visit, to which recording could I listen? Do you recommand any particular reference material? Recordings of you, maybe?
Questions for members of Valerius or St Matthews Passion
1) Do you feel that I helped to create a good social environment in the group? Could you give me some suggestions?
Random stuff
Even though I’m behind (Nicole knows about this), I made a very important change between the first reference recording and the one that will be made in April: thanks to Cécile Huijnen! The way of breathing before an entrance (see the blogpost about my lesson with her) and the relaxation of both arms are two noticeable changes which I’m working on right now, and which I didn’t know about during the first reference recording.
Comments of orchestra members after the rehearsal of my solo in the St Matthews Passion: you always look really confident/stout-hearted/resolute. You make playing look so easy!
Meeting with Nicole: to do
To do:
1) Ask Job how to fix the YouTube-link of the reference recording
2) Fix the YouTube-link of the reference recording (it’s working when I open it via Outlook)
3) Get feedback on the reference recording (Cécile Huijnen, Hans Leenders) (Tuesday)
4) Call Cécile Huijnen for lessons (with videorecording) and an interview (Monday) (I couldn’t reach her until now)
5) Visit Cécile Huijnen (and a rehearsal of Het Gelders Orkest? See page 36/37 reader for info on case study) (March)
6) Order two books on Amazon
7) Put the exam at another day?
8) Send a message to Nicole: blog has been updated!
To do afterwards:
1) Organise the blog in categories (Tuesday)
2) Read the stuff I found on Google (Tuesday) (I started reading them)
3) Write about St Matthews Passion, Valerius: rehearsals where I am leading (Tuesday)
4) Make a mindmap (suggestion Hans): me, AR, Valerius, St Matthews Passion, … (Tuesday)
5) Make (more) interview questions for Cécile Huijnen (experiences, advice (for example on St Matthews Passion), advice on Dvoraks Cello Concerto) (Tuesday)
6) Try to get allowance to visit a rehearsal of Het Gelders Orkest
7) Record the St Matthews Passion (beginning of April – possibly a rehearsal as well)
8) YouTube: Het Gelders Orkest
Useful information
Manual for the AR examinations and feedback sessions:
https://intranet.codarts.nl/nl/student/master_research/PublishingImages/2014-15%20Manual%20AR%20examinations%20and%20criteria.pdf
Schedules and other info
https://nicolejordanar.wordpress.com/information/
Literature and next steps
Literature
I had a closer look to the books I mentioned on this blog before (21 Nov). The books that I’ll try to find, are:
* Anne Mischakoff Heiles, America’s Concertmasters – available at Amazon, 65 pounds
* Anne Mischakoff Heiles, Mischa Mischakoff: Journeys of a Concertmaster – available at Amazon, 44 pounds
* Daniel Goleman, Leadership, the Power of Emotional Intelligence (this book is about leadership in general: stellar management, performance and innovation. Emotional Intelligence and EQ seem to be important subjects in this book – this could help me with my part on mentality of leadership). Available at Amazon for 17,95 pounds
Next steps
– Reading all emails (some still need to be read)
– Decide which books to purchase
– Asking feedback of Cécile Huijnen and Hans Leenders on the reference recording (yes, still to be done… actually I’m a bit concerned about doing this!!)
– Reading articles/interviews (post of 21 Nov) and make a summary
– Decide what I’d like to focus on: mentality or soli. Mentality seems interesting and not too close to my main subject, but the soli could be “easier”.
– Make a questionnaire: for Valerius and for Het Gelders Orkest(? Bit concerned as well).
– Get in touch with Cécile Huijnen again (maybe visiting a rehearsal of Het Gelders Orkest??)
Measurement
Recordings
Manual(!)
New AR Question??
Old question:
How do I further improve my skills as a concertmaster, especially the mental part of leadership and the playing of concertmastersoli, by increasing the allround responsabilities that are requested?
Options:
How do I further improve my skills as a concertmaster, especially mentality of leadership and playing concertmastersoli, by increasing the allround responsabilities that are requested of me?
How can I increase the allround responsabilities that are requested of a concertmaster, in order to improve two of my concertmaster skills (aspects?): the mentality of leadership and playing concertmastersoli?